Spirituele Boekreview: Jorka Torie – Surinaamse spookverhalen

Spirituele Boekreview: Jorka Torie – Surinaamse spookverhalen

Spirituele boekreview: Jorka Torie – Surinaamse spookverhalen
Een koude windvlaag die uit het niets langs je gezicht waait… het voelen van vingers die door je haar spelen… het plotseling horen van een geluid die uit het niets schijnt te komen… en je bent alleen. Zielsalleen. Drup… drup… Je voelt hoe de eerste warme zweetdruppels moeiteloos de weg weten te vinden van je nekharen naar je rug. Plotseling wordt je blik getrokken naar een deur die zich uit zichzelf weet te openen… met geknepen ogen tuur je in het duister om zeker te weten dat je hersenen geen spelletje met je spelen. Het kraken van de scharnieren die je oren opvangen, bevestigen alleen maar dat dit ‘echt’ is. Een rilling van angst overvalt je hele lichaam. De open deur nodigt je uit binnen te komen… wat ga je doen?!

Jorka tories oftewel spookverhalen. Iedereen kent wel zelf één spookverhaal die je van familie of vrienden gehoord hebt. Of… zelf in den levende lijve ervaren hebt! De van afkomst Hindoestaanse schrijver Radjindre Ramdhani, heeft maar liefst drie boeken volgeschreven met spookverhalen die Nederland met Suriname verbinden waarbij niemand veilig schijnt te zijn. Ramdhani’s spookverhalen zijn gebaseerd op waargebeurde verhalen waarbij hij voor het schrijven van ‘ieder’ individueel verhaal, uitvoerig één op één heeft gezeten met de mensen die het desbetreffende spookverhaal hebben beleefd. En hebben overleefd…

Jorka Tories: een Surinaams stukje erfgoed
De boeken van Ramdhani zijn boeiend, spannend en toegankelijk geschreven waardoor je meteen middenin het verhaal zelf zit. De schrijver heeft ervoor gekozen om ieder verhaal echt de tijd te geven met een langzame opbouw waarbij het verhaal goed tot haar recht komt en de spanning alsmaar toeneemt, naarmate je het verhaal verder leest. Ramdhani schrijft zoals het is. Punt. Verwacht geen diepere laag in zijn teksten of informatie dat gebaseerd is op wetenschappelijk onderzoek.
De bovennatuurlijke verhalen die hem verteld worden probeert Ramdhani dan ook zo authentiek mogelijk te houden. Dit maakt ieder verhaal uniek, realistisch en het voelt menselijker aan. Het lijkt soms daadwerkelijk alsof je als lezer ook écht bij degene op de veranda in Paramaribo zit, terwijl de verteller zijn paranormale avontuur aan je verteld. Dit komt natuurlijk door Ramdhani’s schrijfstijl waarbij hij met een toegevoegd eigen Surinaams sausje het verhaal naar een hoger niveau weet op te krikken. Op het eerste oog gezien lijkt het zeer simpel, maar terugblikkend is dit het resultaat van een zeer briljante schrijfstrategie! Juist omdat je niet hoeft na te denken terwijl je de verhalen leest, word je er vrijwel direct ingezogen, waarnaar je na het uitlezen van een verhaal jezelf betrapt om toch maar eens je kastdeur te sluiten. Toch maar eens voor alle zekerheid onder je bed te kijken. En ja, toch maar eens in de wc pot te loeren of er geen sneki… Uh, slang naar boven komt drijven.

Volgens Ramdhani zijn de Surinaamse spookverhalen een onderdeel van de Surinaamse cultuur dat onafscheidelijk is verweven met elkaar door de jaren heen. Het was altijd al een soort traditie om in de zwoele tropische avonduren bij elkander te komen en rond middernacht, voor het slapen gaan, elkaar waargebeurde bovennatuurlijke verhalen te vertellen die je via via hebt gehoord of zelf meegemaakt hebt. Ramdhani zag al vroeg in dat de oudere generatie vroeg of laat deze verhalen met zich mee zouden nemen het graf in, waarnaar deze mooie vertellingen voor eeuwig verloren zouden gaan. Vandaar dat de schrijver het tot een persoonlijke missie beschouwde om deze verhalen te behouden. Hierdoor konden ook toekomstige generaties griezelen en gruwelen van het erfgoed. Radjindre Ramdhani’s definitie van een jorka torie luidt dan ook:

Een jorka torie hoort in een vertellende vorm te worden aangereikt aan de lezer, zonder de hele poespas over winti, voodoo en inderdjaal als intro te gebruiken. Wat belangrijk is, komt in het verhaal zèlf naar voren. Waar men als leek niets van weet, maar wat tegelijkertijd relevant is, daar wordt men door de verteller over ingelicht tijdens het verhaal zelf! Een jorka torie moet men ondergaan!”

Radjindre Ramdhani… Wie?!
Van het spirituele India naar het tropische Suriname om vervolgens door te gaan naar het koude maar gezellige Nederland. De Hindostaanse burgers hebben een lange weg afgelegd om zich uiteindelijk te kunnen aarden in het land van kaas en tulpen. Zo is Radjindre Ramdhani geboren en getogen in Saramacca, Suriname in 1963. Hij was nog maar twaalf jaar oud toen zijn ouders besloten het groene Suriname in te ruilen voor het welvarende westen en al gauw emigreerde het gezin Ramdhani naar Holland. Hier aangekomen, werden ze opgevangen in een asielzoekerscentrum in Overveen. Gelukkig kreeg het gezin al snel een woning toegewezen in Nieuwkoop.
Het schrijverstalent stroomde al vroeg door de aderen van Radjindre, waarbij hij op 27- jarige leeftijd in 1990 debuteerde met het autobiografische ‘Zin in een treintje?: dagboek van een Surinaamse treinconducteur’. Ramdhani schreef hierdoor letterlijk en figuurlijk Nederlandse geschiedenis. Niet alleen omdat hij met dit boek zijn eigen persoonlijke belevenissen beschreef op de trein, maar vooral omdat voor het eerst in de geschiedenis, het een conducteur was die dit deed. Het gevolg was dan ook dat de media er veel publiciteit aan wijdde. Een herdruk met een aantal nieuwe verhalen verscheen dan ook enkele jaren later al.

Al gauw kreeg Ramdhani de schrijverssmaak goed te pakken en maakte hij maar liefst voor de tweede keer geschiedenis door de eerste allochtoon te zijn die een Nederlandse bundel met horror en sciencefiction schreef, getiteld ‘Meester der katten’. Zeven jaar later na zijn debuut, in 1997, publiceerde Ramdhani de bundel met paranormale vertellingen, die hij de naam ‘Jorka Torie: Surinaamse Spookverhalen’ gaf. Door het grote succes van dit boek, kwam er eindelijk elf jaar later in 2008 het spirituele vervolg uit: ‘Jorka Torie – Deel 2: Surinaamse Spookverhalen’.
Tussen de twee boeken door verscheen er in 1998 de op waarheid gebaseerde sociale roman ‘Zielcontact’. Dit controversiële verhaal ging over de relatie tussen een Afro- Surinaamse en een Hindoestaan. Eind jaren ’90 was dit in Suriname echt taboe en kon dit grotendeels door de Surinaamse bevolking niet gewaardeerd worden. Ramdhani ramde gewoon keihard door dit euvel heen om mede via zijn boek te laten zien, dat liefde geen kleur of religie kent. Zijn moed voor het uitbrengen van die boek werd uiteindelijk een jaar later erkend en beloond. Ramdhani werd namelijk uitgeroepen tot Surinaamse Man van Het Jaar 1999. De jaren die hierop volgden schreef de Hindoestaanse auteur nog vele andere boeken met diverse cultureel getinte onderwerpen, waaronder de boeken ‘Zuster, bent u een broeder?: verhalen uit de verpleging en de verzorging’ (2001), de allereerste erotische thriller van Suriname ‘Weerzien: Twee broers, één vrouw’ (2012) en uiteraard ‘Jorka Torie – Deel 3: Surinaamse Spookverhalen’ (2013). Radjindre Ramdhani is inmiddels terugverhuist naar Suriname waar hij onlangs het boek ‘MOTJO, dagboek van een Hindoestaanse escort!’ (2015) uitbracht. Hij schuwt dus vooral niet om controversiële maatschappelijke, religieuze en culturele taboes boven water te brengen en de bevolking van zowel Suriname als Nederland een spiegel voor te houden. Dankzij zijn boeken krijgen mensen de kans om hun bewustzijn in een wat meer universelere visie te laten denken. Althans, dit is wat ik persoonlijk ervaren en gezien heb!

Help! Een leba! Help! Een asema! Help! Een bakroe!
Voor iemand die niet van Surinaamse afkomst is, zal in deze drie boeken al snel kennis maken met verschillende Surinaamse woorden. Voor iedere leek, zoals ik dus was, zal al snel ontgroend worden en de sfeer en cultuur van Suriname ervaren. Ramdhani laat ieder personage in zijn boek tot leven komen en brengt vooral met zijn eigenwijze WYSIWYG (What You See Is What You Get) schrijfstijl, op vaak zelf spottende en humoristische wijze bepaalde culturen en gebruiken aan het licht. Hierdoor raak je als lezer al zeer snel vertrouwd met de Surinaamse folklore. Zo heeft de Surinaamse cultuur hele andere benamingen voor bovennatuurlijke wezens en lijkt het net alsof het een paranormale wereld is die alleen gekoppeld is aan het tropische Zuid- Amerikaanse land. Maar niets is minder waar, want deze bovennatuurlijke verschijningen vinden ook plaats in Nederland, met exact hetzelfde voorkomen!

Hier een korte lijst met diverse Surinaamse benamingen en haar betekenis die je zult tegenkomen tijdens het lezen van de boeken: Asema= een asema wordt gezien als een soort vampier, tovenaar of heks die gewoon tussen ons als mensen leeft. Het verschijnt overdag in een niet opvallende vorm van een oudere man of vrouw. Maar wanneer de zon ondergaat ontdoet de asema zich van zijn huid en transformeert het in een blauwe of rode bal van licht of vuur, waarnaar het al vliegend op jacht gaat naar slachtoffers. Het voedt zich voornamelijk met iemands bloed of levenskracht. Leuk bijkomend weetje: mocht de desbetreffende asema het bloed van zijn slachtoffer lekker vinden, dan is de asema soms niet meer te houden en blijft drinken totdat hijzelf of zijn prooi erbij neer valt! Bakroe= een bakroe of ook wel geschreven als bakru, wordt gebruikt voor meerdere bovennatuurlijke verschijnselen. Zo wordt het gezien als een dwergspook, geest, dwerg of kabouterman, waarbij het lichaam voor 50% uit vlees bestaat en de andere helft uit hout. Een ander kenmerk van een bakroe is dat het wezen een nogal groot hoofd heeft in vergelijking met de rest van zijn lichaam. Zo schijnt het wezen te wonen in de buurt van bruggen, kokers en sluizen. Maar ook oude en grote bomen en woningen met een lange historie zijn een favoriete plek waar ze zich kunnen bevinden. Hiernaast voelt een bakroe nooit pijn vanwege zijn houten lichaam, dat het gebruikt bij het weren van aanvallen en is het nooit bang omdat het meestal in groepen jaagt.

Hiernaast beschikt een bakroe ook nog eens over de gave van zwarte magie! Jorka= een geest van een overleden mens dat nog niet is overgegaan en dus nog rondspookt op aarde en is blijven hangen tussen twee werelden. Leba= een leba is een soort menselijke tovenaar of priester dat een gezien wordt als de bewaker en hoeder van de mensen. Een leba jaagt kwaadaardige geesten weg waarbij het midden in de nacht een soort van hard gillend geluid maakt. Wanneer mensen dit horen, weten ze dat er een leba geesten aan het verdrijven is. De leba treedt op als een soort tolk. Hij is het die als eerst wordt aangeroepen bij een winti ritueel, omdat hij contact legt met de winti’s en de mens. Een leba woont en verblijft vaak onder een bananenboom en wordt afgebeeld als een stokoude man, gehuld in vodden of bananenbladeren. Winti= een traditionele Afro-Surinaamse religie, het zijn ook alle bovennatuurlijke wezens die door A Nana (de God der Goden), de schepper van het universum, zijn geschapen.

Een jorka torie. Speciaal voor jou…
Om je alvast een voorproefje te geven van de unieke schrijfstijl van Ramdhani kun je hier één van zijn vele Jorka Tories lezen. Beleef en huiver!

Het Gordijn
Ik schrok wakker van een enorm kabaal. Verbaasd bleef ik nog even liggen, staarde in het donker en keek opzij naar mijn man. Hij sliep natuurlijk door alles heen. Hij zou zelfs nog doorslapen, als het hele huis boven op zijn hoofd zou storten. Ik blikte op de mechanische wekker en zag aan de oplichtende wijzers dat het bijna 3 uur in de ochtend was. Ja, tegenwoordig hebben jullie van die elektrische, digitale wekkers, maar in 1980 was dat geen gemeengoed in een land als Suriname. Mijn man roerde zich eventjes. Helaas betrof zijn activiteit alleen het zoeken naar een nog comfortabeler slaaphouding. Een stevige por van mijn elleboog in zijn linkerzij, deed hem snakkend naar adem omhoog veren. ‘Wa… wat… wat?’ deed hij, terwijl hij beduusd om zich heen staarde. ‘Ik hoor iets, misschien inbrekers,’ fluisterde ik.
Opeens hoorde ik voetstappen naderen. Mijn man was nu klaarwakker, terwijl ik van schrik mijn adem inhield. De deur van mijn slaapkamer draaide open. Ik herkende het donkere silhouet. Mijn zoontje van 10 jaar oud stond op de drempel. ‘Ma, ik hoorde lawaai en toen ben ik gaan kijken. Het gordijn in de woonkamer is gevallen en ligt op de grond,’ sprak hij geeuwend. ‘God, jongen,’ foeterde mijn man, terwijl hij uit bed stapte, ‘waar ben je toch mee bezig? Ik schrok me dood. We dachten dat je een inbreker was. Kom en voel hoe mijn hart hamert!’ Mijn zoontje moest lachen, terwijl ik zuchtte van opluchting. ‘Mag ik bij jullie liggen?’ vroeg mijn zoontje. Dat was echt iets voor hem.
Tien jaren jong en nog steeds lag hij het liefst tussen mijn man en mij, op het ouderlijke bed. Dus kroop de jonge prins bij ons in bed. Mijn man verdween naar het toilet en ik nam in het donker een kijkje naar het gordijn. Maar slaapdronken en moe als ik was, besloot ik de zaak bij daglicht te bekijken. De volgende ochtend verbaasden we ons allemaal over het gordijn. De rail zat nog vast aan de muur in de voorkamer. De haakjes waren intact en toch lag het gordijn op de grond. We begrepen er niets van. Logischerwijs was het onmogelijk dat het gordijn uit zichzelf op de grond was gevallen. Iemand moest eerst keurig, één voor één de haakjes hebben verwijderd. Hoe was dit te verklaren? Er was geen verklaring voor het raadsel, dus hing mijn man het gordijn weer op en braken we ons het hoofd er niet meer over.

Terwijl mijn man het gordijn ophing, moest ik denken aan mijn moeder. Fantastische vrouw, mijn moeder. En netjes. O zo netjes. Zo lang als ik mij kon herinneren, was ze een zeer nette, zeer hygiënische vrouw, die dag en nacht bezig was met de schoonmaak van haar woning. Zelfs als er niets schoon te maken was. Iedereen werd er gek van, zelfs mijn vader. Niemand kon ooit een kledingstuk in haar huishouden betrappen op een vlek, niemand kon ook maar één stoffige richel in haar woning ontdekken, niemand kon met haar wedijveren als het erop aankwam wie de schoonste woning van Suriname had. Wassen, boenen, poetsen en alles geurde altijd naar Ajax, of Sunlight zeep. Dit beige gordijn, dat mijn man had opgehangen, was één van haar favoriete dingen in huis geweest, omdat ze het opgestuurd had gekregen uit Nederland: een cadeau van haar oudste zus. Mijn moeder was er trots op geweest en bijna om de twee weken had ze het gordijn van de rails geplukt om te wassen. Maar helaas… Mijn moeder was er niet meer.

Jaren hadden mijn man en ik bij haar ingewoond, maar twee maanden geleden was ze na een hersenbloeding overleden. Ik miste haar. Wij misten haar allemaal. Een prachtig mens was ons ontnomen. Aan dit alles moest ik denken, terwijl ik naar het gordijn staarde. Die volgende nacht was het weer raak. Alleen hoorden we niets en sliepen we door alles heen, maar toen we ‘s ochtends de woonkamer betraden, lag het beige gordijn keurig op de grond! Vol verbazing staarden we elkaar aan. ‘Dit kan niet! Iemand haalt een grap met ons uit,’ beweerde mijn man, ‘want dat ding is netjes van de haakjes gehaald. Het duurt wel even, voordat je alle haakjes keurig hebt verwijderd. Maar wie doet dit en waarom? Dit is zo flauw!’ ‘Je weet dat niemand een sleutel van het huis heeft… Alleen wij. Wie zou dit dan moeten doen? Wie sluipt midden in de donkere nacht onze woning binnen om ons zo’n rare streek te leveren?’ vroeg ik.
Mijn man moest het antwoord schuldig blijven. Ik zie hem nog staan: een korte, slanke, Javaanse man, met een brede rug, met een uitdrukking van irritatie en wanhoop op zijn gelaat. De derde nacht sliepen we niet lekker. Onbewust dommelden we meer, dan dat we sliepen, omdat we iets verwachtten. We wisten zelf niet waarop we wachtten. En inderdaad, ergens na middernacht, hoorden we een soort gesleep van een kleed, of zoiets. We schoten allebei tegelijk overeind en terwijl ik angstig in het duister staarde, sprong mijn man uit bed, snelde naar de slaapkamerdeur en rukte deze open. Zijn hand vloog naar de lichtknop en even later baadde de woonkamer in het licht van een tl-buis. Ik was hem inmiddels gevolgd en we staarden beiden vol verbazing naar het gordijn dat alweer op de grond lag. Opeens sprintte mijn man weg. ‘Paul, wat doe je? Hee, wat ga je doen?’ vroeg ik hem. Mijn man checkte eerst de achterdeur, vervolgens de voordeur. Toen keek hij snel alle ramen in het huis na. Alles was gesloten. Vervolgens beende hij met lange passen naar de slaapkamer van mijn zoontje Glen. ‘Je gaat zien Cindy, je gaat zien. Onze zoon is de oorzaak van dit alles, want een gordijn gaat niet uit zichzelf van alle haken af!’ sprak hij. Hij rukte de kamerdeur van mijn zoontje open, deed het licht aan en staarde onheilspellend neer op de tengere gestalte, die verward met zijn ogen knipperend overeind krabbelde in zijn bed. ‘Huh? Papa? Wat is er?’ vroeg hij duidelijk slaapdronken.
Het werd ons al snel duidelijk dat mijn zoontje niet verantwoordelijk was voor alle commotie. ‘Gaan jullie slapen. Ik ga het gordijn NU ophangen en ik blijf hier op de bank slapen. Want hier gebeuren dingen die ik niet begrijp en ik wil zien wie dit gordijn van de rails haalt!’ besliste mijn man. Aldus geschiedde en ziedaar: in de ochtend, toen het zonlicht de woning in een mooie gloed zette, hing het gordijn nog steeds keurig aan de rails. Maar de nacht erop volgend was het weer raak. En niet zomaar raak, maar met een immens gekraak en gepiep. Echt een enorm lawaai, waardoor we allemaal wakker schrokken. Toen de verlichting in de woonkamer aanfloepte, schrokken we toch wel hevig. Nu was het gordijn met rails en al, inclusief de bevestiging, uit de muur getrokken. Aan de ene kant van de kamer stonden mijn man en ik met verbijstering te kijken, aan de andere kant mijn zoontje. Mijn man heeft zelfs gewapend met een zaklantaarn en een kapmes een rondje rondom het huis gemaakt, om zich ervan te vergewissen, dat zich geen ongenode gasten op het erf bevonden. Die nacht hebben we geen oog meer dichtgedaan. Er was iets vreemds gaande en we begrepen maar niet wat. Derest van de nacht verliep rustig.

De volgende middag vroeg een buurman van 4 huizen verder, die ik op straat tegen het lijf liep, of alles goed ging tussen mij en mijn man. Verbaasd door zijn vraag, vroeg ik hem waarom hij zich dat afvroeg. ‘Nou ja, ik zie weleens wat, omdat ik onregelmatig werk. Gisternacht kwam ik bijvoorbeeld om twee uur in de ochtend terug van mijn dienst en tja… iedereen slaapt dan, maar ik natuurlijk niet, hè?’ sprak hij. ‘Ja? En dan? Wat wil je insinueren?’ vroeg ik met duidelijk onverholen boosheid. ‘Tja, ik zag hoe u tekeer ging en de gordijnen rampeneerde, buurvrouw. Kijk, u hoeft zich niet te schamen, elk huis heeft wel wat en waar is er geen ruzie, nietwaar?’ Ik hapte naar adem. ‘Waar heeft u het over?
Paul en ik zijn volmaakt gelukkig en ja, we hebben weleens wat, zoals elk ander paar, maar dat gaat niemand iets aan. Ook u niet. Te uwer informatie: gisteren hebben we helemaal geen meningsverschil gehad. Waarom zou ik dan de gordijnen rampeneren? En welk gordijn?’ ‘Nou, rustig maar, ik wil me niet met jullie zaken bemoeien, maar toevallig keerde ik terug van mijn werk en toen zag ik een vrouwspersoon het gordijn aan deze kant van de weg (dus ik gok op de voorkamer) wegrukken en op de grond smijten. Dus ik dacht dat jullie ruzie hadden.’ Wat hij nog meer dacht, daar ben ik nooit achter gekomen. Ik kreeg namelijk kippenvel over mijn hele lichaam. ‘Hoe laat kwam u terug?’ vroeg ik nu iets beleefder aan mijn straatgenoot. ‘Tegen twee in de ochtend. Ik zag aan het silhouet dat u degene was die het gordijn mishandelde, hoewel u iets korter en dikker leek… ‘ Ik onderbrak mijn buurtgenoot. ‘Wat u heeft gezien, weet ik niet, maar ik kan u verzekeren dat ik geen ruzie had met Paul. En nog steeds niet. En als we ruzie hebben, dan is het meestal verbaal. Ik ga zeker geen gordijnen van de muur rukken. En bemoei je met je eigen zaken. Yoe moer yoe! Jij klootzak!’ ‘Nou, nou, wel vreemd dat het gordijn er nu niet hangt. Waar is dat ding dan? Nou?’ vroeg de klootzak en hij lachte diep en hees. ‘Die is uit zichzelf van de muur gevallen en straks als Paul thuiskomt, dan hangt hij het gordijn weer op zijn plaats! Ach man, waar bemoei jij je mee en waarom praat ik nog tegen jou? Ik ben je geen verklaring schuldig!’ Ik liep weg, snel en gehaast. Ik was niet boos op de buurtgenoot. Maar echt op mezelf. Die man had gelijk. Dat gordijn was met geweld verwijderd. Maar niet door mij, terwijl hij beweerde dat hij getuige was geweest van het incident en dat de dader een vrouw was geweest.
Wat gebeurde er toch in mijn woning? Die middag was mijn man lang bezig om het gordijn op te hangen. Ik voelde de behoefte om met hem te praten en hem te vertellen wat onze buurman van vier huizen verder had gezegd. Maar ik deed het niet, uit angst voor de reactie van mijn man. Paul was best wel een heetgebakerd persoon. Hem kennende zou hij direct ruzie gaan zoeken met de ander en wie weet waar dat allemaal toe zou leiden. Dus hield ik wijselijk mijn mond, terwijl ik mezelf afvroeg waarom onze buurman van die vreemde verhalen verzon. Drie dagen lang ging alles goed en onze nachtrust verliep uitstekend; we konden ongestoord doorslapen. Maar de vierde nacht werd ik gewekt door een enorm kabaal. Ik stootte mijn man aan en schudde hem aan zijn schouder. ‘Ja, ja, wat nu weer?’ mompelde hij, terwijl hij zijn ogen opende. Op dat ogenblik hoorden we mijn zoon roepen. ‘Ma, ma! Papa!’
Tegelijkertijd hoorden we gerinkel, alsof er een bord kapot viel. Weet je, als je midden in de nacht je kind hoort schreeuwen en je hoort alarmerende geluiden erbij, dan heb je geen tijd om bang te zijn, of angst te koesteren voor inbrekers. De veiligheid en de gezondheid van je kind gaan voor alles. Je eigen welzijn? Daar maal je niet om! Dus sprongen we allebei uit bed en sprintten onze kamer uit. Licht aan; de voorkamer baadde in licht. Het gordijn was nu met rails en al van de muur gerukt en lag schuins over het televisietoestel. Een emaille beeld van een olifant dat eerst boven op de tv had gestaan, lag aan gruzelementen op de vloertegels. Dat was natuurlijk het gerinkel geweest. De slaapkamerdeur van mijn zoontje stond open en hij stond met een slaperige kop in de deuropening. ‘Is alles goed met jou? Wat is er gebeurd? Heb jij dit gedaan?’ vroeg ik aan hem. Mijn man keek hem ook vragend aan, maar niet boos. ‘Misschien doet hij dit, maar weet hij het zelf niet… Je weet toch, als je slaapwandelt,’ fluisterde hij tegen me. ‘Nee, natuurlijk heb ik dit niet gedaan,’ weersprak mijn zoon onze verdenking, ‘maar ik riep jullie, omdat ik een vreemde droom heb gehad. Ik zag oma in mijn droom. Ze was naar me toegekomen en ze was boos op jou, mama. Ma, weet je wat ze zei? Ze zei dat ze elke twee weken het gordijn waste, toen ze in leven was. Maar nu ze dood is, gebeurt het niet en ze is daar boos over. Want volgens oma is het gordijn vies!’ Verbijsterd staarde ik naar mijn man. Hij keek even verbijsterd naar mij terug. ‘WAT heb je gedroomd?’ vroeg mijn man uiteindelijk. Nogmaals deed mijn zoon verslag van zijn droom. Nadenkend staarde ik voor me uit. Mijn moeder was nu bijna twee en een halve maand dood. En bij leven en welzijn was ze inderdaad zeer net en schoon en hygiënisch geweest. Het gordijn waste ze om de twee weken. Zou het? Dat kon toch niet?

Als Javaanse geloofde ik natuurlijk in meer dan wat we konden waarnemen. Ik was Moslim en mijn man ook en toch hadden we genoeg meegemaakt en genoeg gezien gedurende ons leven, om te beseffen dat niet alles wat op aarde bestond door de Heilige Koran verklaard kon worden. De hoogte- en dieptepunten aan emoties, van één mensenleven konden niet eens in één boek beschreven, uitgelegd en ontleed worden. Zelfs niet in een boek van een miljoen pagina’s. Hoe kon dan alle kennis en wijsheid over de hele schepping in een enkel boek worden gestaafd? En die droom van mijn zoon, gecombineerd met het verhaal van mijn buurman van 4 huizen verder… Hij had gezien hoe een vrouwspersoon het gordijn wegrukte. En was die vrouw niet korter en dikker geweest dan ik ben? Dat had hij toch gezegd? Mijn moeder was bij leven korter en dikker geweest…
Die middag hebben mijn man en ik lang met elkaar overlegd. Ik vertelde hem het verhaal van de buurman. Vervolgens beseften we dat de geest van mijn moeder het gordijn keer op keer van de rails rukte, of met rails en al uit de muur pleurde, omdat ze boos was. En de buurman had de geest van mijn moeder gezien. Mijn man en ik kregen kippenvel van dit besef en daarna hebben we contact gezocht met de imam die ons altijd bijstond. Hij raadde ons aan, om onze hart te volgen en daarna te bidden tot Allah voor de zielenrust van mijn moeder. Aldus geschiedde ook. Wij baden intens. Vervolgens heb ik het gordijn intensief gewassen en toen mijn man het daarna ophing, sprak ik in gedachten: ‘Zie je moeder, je bent er niet, maar ik hou je huis wel schoon. Maar ons leven gaat verder en ik werk ook en ik kan niet elke twee weken dit blijven schoonmaken. Dat moet je toch begrijpen? Eigenlijk hoor je je niet met ons huishouden te bemoeien. Jij moet verder gaan, naar de weg die Allah voor je heeft uitgestippeld en ons met rust laten. We houden van je en ooit zullen we elkaar weer zien. Maar laat ons ons eigen leven leiden, oké?’ Geloof het of niet, maar vanaf die dag is het gordijn niet van zijn plek geweest. Hij hing er, keurig, viel niet eraf en wij konden weer genieten van rustige nachten! Ik doe het gordijn echt niet elke twee weken in de was, toch blijft het hangen. Ik geloof dat de buurman uit mijn straat, die bewuste nacht de geest van mijn moeder heeft gezien. Ik geloof ook dat mijn moeder echt aan mijn zoontje is verschenen in een droom. Volwassenen zijn vaak zo rationeel, dat geesten moeite hebben om zich aan ons te vertonen, behalve als ze heel sterk zijn.
Maar kinderen zijn nog niet volledig dichtgetimmerd door de wetenschap en het rationalisme, waardoor ze als een betere doorgeefluik kunnen functioneren voor entiteiten van de andere kant. Maar na ons gebed, gericht aan Allah, is mijn moeder aan niemand verschenen. Ik ben ervan overtuigd dat Allah in al Zijn barmhartigheid haar heeft geholpen om haar werkelijke bestemming te bereiken.

Dit verhaal is mij verteld door Cindy K. en Paul K. Uit het boek: Jorka Torie – Deel 2: Surinaamse Spookverhalen | Blz. 80 t/m 90

P.S. Heb je na deze jorka torie de smaak goed te pakken? Lees hier kort en krachtig verschillende spookverhalen van mensen die ze beleefd hebben! Hunker je hierna nog steeds naar meer? Vooruit, hier zijn nog een aantal jorka tories te lezen van mensen!

Zijn deze spirituele boeken onmisbaar in je boekenkast?
De bovennatuurlijke verhalen die in deze drie boeken beschreven zijn, zouden zo korte scripts zijn van een televisieserie. Juist, ik heb het denk op deze manier het beste verwoord. Als lezer word je op zeer laagdrempelige en haast kinderlijke wijze aan je hand meegenomen en trekt Ramdhani je met het grootste gemak door de verhalen heen. Wanneer je er eentje uithebt gelezen, hunker je al gauw naar meer. De boeken lezen ook zeer ‘smoothly’ waarbij de donkere en duistere zijde van de bovennatuurlijke gebeurtenissen met een sneufje humor worden beschreven.
Hierin zit naar mijn mening ook precies de kracht van Radjindre Ramdhani: de eenvoud waarin hij schrijft waardoor je een verhaal ingezogen wordt en je hersenpan je de heerlijke illusie geeft er dan ook daadwerkelijk deel van uit te maken. Mocht je echt waarde hechten aan onderzoek naar paranormale verschijningen of wat meer wetenschappelijk getinte lectuur op paranormaal gebied, dan kom je bedrogen uit. Voor deze doelgroep zijn deze boeken dan ook niet geschreven.
Het is aan de ene kant inderdaad een stukje Surinaams erfgoed waar wij deel van kunnen uitmaken, of je nu wel of juist niet in spookverhalen gelooft. Aan het einde van de rit draaien deze boeken dan ook om puur vermaak, waarbij het in feite voor iedereen geschikt is die kan genieten van rijzende haren in je nek en armen, het voelen van je hart al bonkend in je keel of een schrapende tong langs je droge en dorstige keel… Voor mensen die zelf persoonlijk in hun leven een jorka torie hebben meegemaakt, kan ik deze drie boeken ten harte aanbevelen. Je zult vooral veel herkenning in de verhalen tegenkomen, regelmatig deja vu’s krijgen en er zeer snel een hechte band mee opbouwen. Ik sluit me dan ook volledig met Radjindre Ramdhani aan: een jorka torie moet je niet alleen lezen, maar juist vooral ondergaan!

+ Authentieke verhalen met een rauw randje van echte mensen
+ Dankzij de WYSIWYG (What You See Is What You Get) schrijfstijl beleef de verhalen intenser
+ Veel verhalen met diverse originele insteken
+ Het boek heb je in een recordtempo uitgelezen dankzij de zeer toegankelijke schrijfstijl

De verhalen worden met vlagen pas echt eng, dankzij de nuchtere en humoristische schrijfstijl
Er worden veel Surinaamse en Hindostaanse begrippen gebruikt, die wellicht verwarrend kunnen overkomen
Geen illustraties die de vele verhalen zouden kunnen ondersteunen en hierdoor het verhaal extra leven geeft
Geen community of website waarbij men spookverhalen met elkaar kan delen? Gemiste kans en vervolg op deze boeken als je het mij vraagt…

– Geschreven door Geoffrey de Jong –


Productinformatie

Auteur:  Radjindre Ramdhani
Taal: Nederlands
Druk: 1
ISBN10: 9080355615
ISBN13: 9789080355613